“Soms voel ik me zo anders”, zei ze. “Alsof ik hier niet thuis hoor.” Ze keek me afwachtend aan, een beetje onzeker. Ze huilde zachtjes. Niet eens van verdriet, maar als ontlading van een gevoel van spanning. Hoe zou mijn reactie zijn, wat zou ik daarvan vinden?

Tot haar verbazing, vond ik er weinig van. “Ja, dat begrijp ik. En, ik herken het.. Want een lang leven lang voelde ik me hier ook nooit helemaal thuis. Het leek inderdaad alsof ik altijd “anders” was dan de mensen tussen wie ik mij bewoog.”

Opgelucht haalde ze adem. We waren samen “anders”. Waarmee er een last van haar schouders leek te vallen. Er kwam zelfs een lichte glimlach op haar gezicht, dwars door haar tranen heen. Omdat allebei anders zijn direct al een band schept. Hoe verschillend we in alle opzichten misschien ook zijn, dit diepe en soms bijna ondraaglijke leed hoefde ze niet meer alleen te dragen.

Echt heel anders

Want deze vorm van anders-zijn, is met bijna niets te vergelijken. en waarschijnlijk alleen écht te begrijpen als je het uit je eigen ervaring kent.

Jaren geleden vroeg een homeopathe naar mijn grootste pijn. Voor mij was dat toen (en eigenlijk nog steeds) een intens gevoel van heimwee. Het gevoel hier niet thuis te zijn en me zo intens “anders” te voelen.

En nu ik me dit herinner, begrijp ik weer waarom mijn klant me zo onzeker aan keek. Omdat de meeste mensen reageren, zoals deze homeopathe dat deed. “Maar, iedereen is toch anders”?

Het gevoel dat ik me moest verdedigen drong zich aan me op. Dat ik toch écht heel anders was. Hoe meer woorden ik gebruikte, hoe minder ze mij begreep. Daarom stopte ik met overtuigen, maar was innerlijk bevestigd, dat ik niet te begrijpen ben voor mensen. Dat mijn oprechte natuur niet van deze aarde is … alsof ik met mijn geboorte op de verkeerde planeet was achter gelaten.

Mijn hart in stukken gesneden

Een belangrijke reden waarom ik me hier niet thuis voelde, was mijn intense gevoeligheid. Andere mensen leken zich veel minder aan te trekken van alles wat hen overkwam. Ze waren standvastiger, minder snel overweldigd.

Want zolang ik mij kan herinneren, werd ik intens geraakt door het leed van anderen. Zoveel dieper geraakt leek het dan ik dat bij andere mensen zag. Omdat pijn van een levend wezen een gevoel gaf, alsof mijn Hart uiteen werd gereten. Hardvochtig in stukken gesneden met emoties die me mijn adem benomen.

Die pijn was voor mij vrijwel ondraaglijk en ook hierin stond ik vaak alleen. “Je moet het je niet zo aantrekken.” “Doe niet zo gevoelig, je moet wat harder worden.” “Zo erg is dat toch niet?”

Daar begreep ik, eerlijk gezegd, niets van! Hoe kunnen mensen zo onverstoorbaar blijven, wanneer een ander levend wezen lijdt? Zeker wanneer het een wezen is dat naast hun staat … vlakbij leeft … van hun afhankelijk is?!

Maar mensen zeiden, dat dit normaal is. Om te kunnen leven in deze wereld, moet een mens zich niet alles aantrekken. Voor zichzelf kiezen. Want, zo ging het vervolg, niemand anders doet het voor je.

Als ik het niet doe – wie doet het dan?

Als kind was dat onverteerbaar. Ieder voor zich? Hoe kon ik willens en wetens niets doen, terwijl ik kon helpen? Want inmiddels had ik ontdekt, dat iets in mij mensen kon helpen. Ik kon hen helpen het leven weer aan te kunnen, dwars door het donker het leven lichter te zien.

Maar ondanks dat ik probeerde te helpen waar ik kon, leek het leed om me heen niet te stoppen. En de hulp bijna niet aan te slepen. Waardoor de drang in mij om te helpen, alsmaar groter en groter werd. 

Enerzijds, was die drang zo authentiek. Want mijn ziel wordt diep geraakt door pijn, lijden, onrecht. Dat zit van nature in mij gebakken, zo ben ik gemaakt. En gelukkig ben ik niet alleen gemaakt om dat leed te zien en voelen – mijn ziel ziet daarvoor ook altijd een oplossing. Ziet altijd ergens een sprankje licht waarmee iemand de weg uit die duisternis kan vinden.

Tegelijkertijd, kwam er steeds meer wanhoop en ongeloof in mij. Omdat mijn eigen pijn niet lichter werd. Waardoor ik diep vanbinnen die goedheid en dat licht niet meer durfde vertrouwen. Uiteindelijk geloofde ik zelfs niet werkelijk meer,, dat er voor ieder mens en dier gezorgd wordt. Hoe onzichtbaar soms ook.

Andermans hooi op mijn vork

Vanuit mijn eigen pijn en wantrouwen nam ik daarom vaak hooi op mijn vork, die eigenlijk op een andere vork of lepel hoorde. En zag ik ook regelmatig mijn verantwoordelijkheid, waar die niet lag. Daarom ging ik soms te ver in het helpen van mensen. Wrong ik me vaak in bochten om zo de consequenties van keuzes, hun eigen of die van anderen, op te vangen. Als ik daar nu naar kijk, ontwikkelde ik al vroeg een soort van “helperssyndroom”.

Herken je dat? Iets in jou weet, dat mensen diep vanbinnen krachtig zijn. Waardoor ze hun eigen keuzes kunnen maken. Maar dat andere stemmetje in jou is bang dat ze hun pijn niet kunnen dragen. En daarom doe jij het voor ze. Je offert je op. en dat doe je met liefde. Tot … de liefde in jou op is.  Dan offer jij je nog steeds op, maar dit keer doet het pijn. en kost het een immense moeite om dit te kunnen blijven doen.

We putten onszelf dan uit om maar zoveel mogelijk leed om ons heen te verzachten. Soms zelfs het leed wat de mensen zelf niet eens als pijnlijk beschouwen, eerder een “het is gewoon zo”. Maar we blijven het doen. Vanuit een bijna koppig “Als ik het niet doe – wie doet het dan?”

Dienstbaarheid van mijn en jouw ziel

En ook hierin zijn we zo anders dan de meeste mensen die we kennen. Sterker nog, veel mensen die van ons houden en bezorgd zijn wanneer we maar blijven geven begrijpen deze oeverloze dienstbaarheid niet. Vooral niet, wanneer onze dienstbaarheid ten koste van onszelf gaat. Ons eigen geluk of zelfs onze eigen gezondheid.

Maar, zij kennen ook niet het bijna verslavende, intense gevoel van geluk wanneer we iemand in nood een stapje verder kunnen helpen. Of de hartverscheurende pijn wanneer ons gevoel van compassie opspringt en mee-lijdt, bijna alsof het onze eigen pijn is.

Gelukkig, hoeven zij ons ook niet altijd te begrijpen. Ook al voelen we ons door dit onbegrip pijnlijk bevestigd, dat we anders zijn. Misschien zelfs niet thuis horen in deze wereld.

Wel is het belangrijk, dat we deze drang om te helpen zelf onder ogen zien. Want ik weet zeker, zodra jij herkent waar jouw mee-leven en helpen vandaan komt, jij jezelf met nieuwe ogen gaat bekijken. Zodat je niet langer hoeft te lijden omdat je afwijkt van veel mensen die je kent. Maar blij gaat zijn met alles wat jou weergaloos uniek maakt.

Is jouw anders-zijn een talent van je ziel?

In mijn ogen is de natuurlijke impuls om pijn en nood te verlichten, een prachtig talent van jouw ziel. Het betekent dat jouw ziel een hoge vorm van dienstbaarheid in zich heeft. Een prachtige vorm van compassie of mededogen met alles wat leeft.

Deze eigenschap is prachtig. en wanneer jij haar op een pure manier leert gebruiken, komt ze ook ten goede van onszelf. Dan put ze je niet uit, maar voedt ze je zelfs.

Té veel helpen

Maar, als modern mens brengt dit talent een valkuil met zich mee. Want dit talent is oorspronkelijk bedoeld om ons en onze dierbaren te beschermen tegen mogelijke gevaren om ons heen. Of onze dierbaren te helpen helen, wanneer die bescherming niet gelukt was. En, voor zielen zoals jij en ik zijn veel mensen, dieren, planten ons dierbaar. Omdat de liefdeskracht in ons al zo krachtig ontwikkeld is, ervaren we liefde voor veel meer levende wezens dan alleen onze directe naasten. Dit maakt ons zo geschikt als helers en raadgevers. 

Waarschijnlijk hebben jij en ik ook ooit geleefd als heler of raadgever en werden hierin gerespecteerd. Onze rol werd als belangrijk gezien en compassie en heling waren gewaardeerde talenten.

Maar in deze modern tijd is er meer aandacht voor andere talenten. Compassie en heling komen op een lagere plaats van belangrijkheid. En worden soms zelfs als een teken van zwakte gezien. Je zou zeggen, dan hebben we vast geleerd om onze compassie en mee-leven te onderdrukken … maar dat blijkt niet zo te zijn. Blijkbaar is deze eigenschap zo krachtig, dat zij zich niet laat wegdrukken. Maar, ze kan wel aangepast!

Dit aanpassen betekent dat we wel mee leven, maar daarin regelmatig te ver gaan. We gaan zelfs té veel helpen. Ook wanneer het eigenlijk geen wijsheid is. Want, soms is het wijsheid juist niet in te grijpen!

 

En ik vroeg me innerlijk af: hoe kan ik stoppen met téveel helpen? Waarmee kan ik mezelf toch laten zien dat ik op sommige momenten de mensen om me heen mag laten? Omdat ik weer kan vertrouwen dat eenieder zijn/haar eigen weg heeft en dat ik gewoon gelukkig mag zijn met wie ik ben. Zoals ik stralend ben, zonder mezelf helemaal leeg te hoeven helpen bij het ervaren van leed.

Een bekend gedicht kwam als antwoord opeens tevoorschijn, ergens in een film. Je kent het vast al. Maar deze tekst kun je volgens mij niet vaak genoeg horen. Tenminste, ik merk dat ik het iedere keer weer anders en krachtiger hoor.

Mateloos krachtig

“Onze grootste angst is niet, dat we machteloos zijn.

Onze grootste angst is, dat we mateloos krachtig zijn.

Het is ons Licht, niet onze duisternis,
waarvoor we het meest bang zijn.

We vragen onszelf af:
“Wie ben ik, om briljant te zijn, prachtig, talentvol, fantastisch?”

Je bent een kind van God.
We zijn geboren om de pracht die in ons is, te openbaren.

En als wij ons Licht laten stralen, geven we onbewust andere mensen toestemming hetzelfde te doen.
Als wij van onze eigen angst bevrijd zijn,
bevrijdt onze aanwezigheid vanzelf anderen.”

– Marianne Williamson

Ik zag opeens de woorden, alsof ik nieuwe ogen erbij had gekregen. Met een betekenis die ik nog niet eerder zag. Waarmee ik me realiseerde: Dat is bizar. Wanneer ik mensen blijf helpen, ten koste van mijn eigen energie en licht, weerhoud ik mezelf van mijn Kracht. Helpen en geven vanuit een in liefde overstromend hart kan enorm bevrijdend en verlichtend zijn. Daar word ik zelfs ongelooflijk gelukkig van. Maar geven en moeten blijven geven, ook als het niet meer gaat, put me uit en dempt mijn Licht.

Dat wat ik anderen wil geven, onthoud ik dan mijzelf!

Pas wanneer ikzelf bevrijd ben van de angst “anders” en niet goed genoeg te zijn, kan ik mensen echt helpen uniek te zijn. Want zolang ik mijn “anders” zijn nog steeds vertaal met “minder” zijn, houd ik mijzelf klein. en voorkom ik, dat ik van top tot teen kan stralen. Dus, eigenlijk is het heel simpel. als ik merk dat ik te veel ga geven en mezelf uitput, hoef ik alleen maar mijn eigen Licht en Kracht weer te gaan zien! Zien dat ik licht en goed ben zoals ik ben. Zodat ik me kan herinneren dat  ik briljant ben en mag zijn. Prachtig, talentvol en fantastisch!

En weet je, het mooie is: als ik in verbinding ben met mijn eigen Licht, mijn Ziel, dan is er altijd ook weer mijn diepste weten. Het Weten dat voor ieder wezen er nooit iets verloren is. Omdat zelfs vanuit het zwaarste leed er altijd ergens een uitweg zal zijn. Een uitgang die net iets lichter is dan waar je nu bent. Hoe gaaf is dat: er is voor iedereen altijd een stap die je in de richting van een gouden horizon brengt!

Met dat weten, in dat vertrouwen, hoef ik mezelf nooit meer op te offeren. Ik mag blij en gelukkig zijn in mijn leven. Ook mag ik anders zijn, oftewel gewoon mezelf. Waardoor ik vanzelf als een zonnetje ga stralen. Niet omdat ik dat moet of aan iemand verplicht ben. Wel, omdat het mijn natuurlijke staat van zijn is – en ik alleen dan echt gelukkig ben.

En met dat weten, in dat vertrouwen, hoef ook jij jezelf nooit meer op te offeren. Je mag blij en gelukkig zijn in je leven. Ook mag je anders zijn, oftewel gewoon jezelf. Waardoor je vanzelf als een zonnetje gaat stralen. Niet omdat je moet of aan iemand verplicht bent. Wel, omdat het jouw natuurlijke staat van zijn is – en jij alleen dan echt gelukkig zult zijn.

Thuis zijn – waar je ook bent

Zeg maar eens zachtjes, zodat al je cellen het kunnen horen:

“Ik mag blij en gelukkig zijn. Voldaan in mijn leven. Mijn mooie Licht als een zonnetje laten stralen. Ook mag ik anders zijn, ten gunste van mij en alles om me heen.”

En dan nog 1 keer, zodat je het steeds meer gaat geloven: “Ik mag blij en gelukkig zijn. Voldaan in mijn leven. Mijn mooie Licht als een Zonnetje laten stralen. Ook mag ik anders zijn, ten gunste van mij en alles om me heen.”

Want pas dan worden we oprecht anders. Uniek, zoals niemand anders dat kan. En gaan we ons thuis voelen. Omdat het Licht wat we in ons dragen, met liefde op aarde brengen.  Zodat we Thuis zijn, wáár we ook zijn.

 

Wanneer je van jouw “anders” zijn je kracht maakt…

Geniet zachtjes mee. Laat je innerlijk kind raken … door hoop!

Dat het kan, dat het mag … dat je niet anders kunt dan “anders” zijn.

P.S Tijd voor nog een blog vol inspiratie? Lees: “Ben ik té gevoelig voor deze wereld?”