Herken je deze woorden … Te gevoelig voor deze wereld … ? Of iets wat er op lijkt?

Misschien heb je zelf wel eens gedacht dat jij, met al je gevoeligheid, hier eigenlijk niet goed past. Of wel heel erg verschilt van de meeste mensen die je kent. Misschien zeiden de mensen om je heen iets vergelijkbaars tegen je: “Je bent te gevoelig”, “Je bent overgevoelig”, “Je bent te soft, niet hard genoeg”, “Je bent te druk en overweldigend”, “je bent te rustig en stil” … of een variant die er op wijst dat je TE anders bent dan gemiddeld.

Misschien ging je zelfs denken, dat jij misschien niet goed past in deze wereld, in onze westerse maatschappij.

Voor mij persoonlijk was het een werkelijke zoektocht, om binnen deze maatschappij mijn plek te vinden. Mij thuis te leren voelen hier, de plek in te nemen waar ik mij prettig en veilig in voel.

“Anders”

Van jongs af aan zag en ervoer ik mensen en dingen vaak “anders” dan “gemiddeld”. Ondanks dat probeerde ik lange tijd zoveel mogelijk “normaal” te lijken. Te passen in een wereld die ik vaak niet begreep. Mijn Ziel leek van een ander soort stof gemaakt te zijn.

Ik voelde me regelmatig eenzaam en verlangde naar “huis”. Alsof mijn echte vrienden naar Venus zijn vertrokken, zei ik lachend. Voelde dan dwars door mijn hart en Ziel snijdend, de intense pijn als van alleen achtergelaten zijn in een wereld die mij vreemd was.

Veel regels en gewoontes waar ik mee opgroeide, deden me pijn. De manier waarop we als mens met onszelf en de dieren om moesten gaan, sneed me vaak door merg en been. “Je bent te gevoelig voor deze wereld” werd er gezegd en ik leerde mezelf om wat harder te zijn. Tenminste, dat probeerde ik. Want die vervloekte zachtheid, zat in me gebakken. Was onlosmakelijk verbonden met mij, ondeelbaar in mijn wezen.

Terug Getrokken

En ik koos me dan maar wat terug te trekken in mezelf. Terwijl ik worstelde, met periodes van depressie, anorexia en angsten. Want ik worstelde wat af en kwam uiteindelijk weer boven.

En ik ontdekte pas veel later dat ik niét te gevoelig voor deze wereld ben en hier wel hoor. Vooral het zijn op aarde geeft me veel vreugde. Ik geniet van alle schoonheid hier. De dieprustige bomen, stralend gekleurde bloemenkinderen. Prachtige dieren op straat en in weilanden. Stromend water in een beek, rivier, zee en waterval. Uitgestrekte weides en ademgevende bossen. En de zon, maan en sterren, mijn vrienden aan het hemelgewelf. Altijd twinkelend aanwezig, me herinnerend aan het leven in al haar liefde en grootsheid

Ook ontdekte ik dat ik misschien wel “anders” ben dan veel mensen die ik vroeger kende. Maar dat anders niet “minder” betekent. En dat niemand anders voor mij kan bepalen dat ik te gevoelig voor deze wereld ben. Omdat ik weet dat mijn gevoeligheid juist heel veel waarde in zich heeft.

Waarde

En onze kwaliteiten, die van jou en die van mij, hebben allemaal een Waarde. Die talenten hebben we niet zomaar gekregen. Die hebben een doel en reden! Ook de eigenschappen die de mensen met wie we opgroeiden, niet zo goed uitkwamen. Eigenschappen zoals rustig, gevoelig en schrikachtig of druk, onstuitbaar en aanwezig.

Wat precies jouw eigen Waarde is, dat kun je stap voor stap ontdekken. Verkennen, wie ben ik Eigenlijk? Welke prachtige kwaliteiten zitten er verscholen, diep in mijn Hart en Ziel?

Dit Schitterende gedicht van Toon Hermans kan je hiermee helpen. Als eerste zal het je anders laten kijken naar mensen zoals jij en ik. Mensen, die zonnen aansteken!

Lees mee en laat je raken … ontroeren … langzaam je ogen openen … Ja, dit is wie ik Ben en Wil zijn!

“Er moeten mensen zijn”

Er moeten mensen zijn

die zonnen aansteken,

voordat de wereld verregent.

Mensen die zomervliegers oplaten

als het ijzig wintert,

en die confetti strooien

tussen de sneeuwvlokken.

Die mensen moeten er zijn.

Er moeten mensen zijn

die aan de uitgang van het kerkhof

ijsjes verkopen,

en op de puinhopen

mondharmonica spelen.

Er moeten mensen zijn,

die op hun stoelen gaan staan,

om sterren op te hangen

in de mist.

Die lente maken

van gevallen bladeren,

en van gevallen schaduw,

licht.

Er moeten mensen zijn,

die ons verwarmen

en die in een wolkeloze hemel

toch in de wolken zijn

zo hoog

ze springen touwtje

langs de regenboog

als iemand heeft gezegd:

kom maar in mijn armen

Bij dat soort mensen wil ik horen

Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen

ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

Er moeten mensen zijn

die op het grijze asfalt

in grote witte letters

LIEFDE verven

Mensen die namen kerven

in een boom

vol rijpe vruchten

omdat er zoveel anderen zijn

die voor de vlinders vluchten

en stenen gooien

naar het eerste lenteblauw

omdat ze bang zijn

voor de bloemen

en bang zijn voor:

ik hou van jou

Ja,

Er moeten mensen zijn

met tranen

als zilveren kralen

die stralen in het donker

en de morgen groeten

als het daglicht binnenkomt

op kousenvoeten

Weet je.

Er moeten mensen zijn,

die bellen blazen

en weten van geen tijd

die zich kinderlijk verbazen

over iets wat barst

van mooiigheid

Ze roepen van de daken

dat er liefde is

en wonder

als al die anderen schreeuwen:

alles heeft geen zin

dan blijven zij roepen:

neen, de wereld gaat niet onder

en zij zien in ieder einde

weer een nieuw begin

Zij zijn een beetje clown,

eerst het hart

en dan het verstand

en ze schrijven met hun paraplu

i love you in het zand

omdat ze zo gigantisch

in het leven opgaan

en vallen

en vallen

en vallen

en OPSTAAN

Bij dát soort mensen wil ik horen

die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen

ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

de muziek gaat DOOR

de muziek gaat DOOR

en DOOR